In zijn boek; Jezus de Mysticus vertelt Adyashanti zijn pad van verlichting. Hij vertelt het als volgt: (blz 235 H13)
Hij benoemt het begin van het proces als het overstijgen van het ego. Uitstijgen boven de identificatie met het ego.
Dat je het overstegen hebt wil niet zeggen dat het weg of geheel losgelaten is en dus kom je in de tijd van de beproevingen. Waarin het leven ons de beproevingen geeft die ons helpen om te oefenen en te belichamen wat we gerealiseerd hebben. (dit kan jaren duren)
Als we hiermee klaar zijn komen we tot een diep en intens gevoel van rust, van welbehagen, van welzijn.
Daarna is de eerste stap transfiguratie, vanuit dit welbehagen worden we getroffen door nieuwe energie, geestelijke kracht. Worden het licht door en door, we belichamen het stralende element, het element openheid van de spirituele realisatie zoals we nog niet hadden gedaan.
Er stroomt nieuw leven in ons, nieuwe vitaliteit.
Tevens komt er een keerpunt waarop we onze rol in het leven helder zien. Dit komt voor ieder van ons individueel.
Transfiguratie is de ontdekking van autonamie, niet isolement, maar een diep en intens gevoel dat je echt op eigen benen staat. (zijn lerares geeft verlichting de definitie: “op eigen benen staan”. Om hier te komen moet eerst de goddelijke straling alle oude conditionering die zich verzet tegen de geest uit ons systeem branden.
Het wordt niet alleen overstegen, het wordt letterlijk uit ons systeem gebrand. Dit is de dood van het ego.
Dan kan er iets buitengewoon unieks in je opbloeien. Niet door wat je hebt meegemaakt, niet door je cultuur, je maatschappij, van religie. Het is de manier waarop de geest zich manifesteert wanneer hij niet langer beperkt wordt door welke geconditioneerde opvatting ook.
Dat is wat transfiguratie symboliseert.
Tot slot komt dan nog de dood van het zelf.
Zelf is de handeling van het bewustzijn dat zich omkeert naar zichzelf en innerlijk reflecteert. Die zelfreflectie is zelf. Zelf is geen ding; het is de handeling waarbij bewustzijn zich omkeert en naar binnen kijkt. Wanneer men innerlijk een is, dan is er geen wrijving en geen conflict en ervaren we innerlijk een groot gevoel van vrede, welbehagen en welzijn. Met andere woorden, er is niets in jou of tussen jou en de wereld dat niet harmonieus is en alles is vredig. Waar de boog van bewustzijn zich naar toedraait en waar het innerlijk op reflecteert is een staat van diepe vredigheid, welbehagen en stralend ligt.
Maar op een bepaald moment in onze geestelijke ontwikkeling houd die boog van zelf op om naar binnen te kijken. Waarom hij dat doet is moeilijk uit te leggen. Wanneer bewustzijn zich niet meer naar binnen keert om te reflecteren, is er opeens geen gevoel van een persoonlijk zelf, omdat het persoonlijke zelf is waar zelf naar kijkt. In een gevorderde staat van geestelijke ontwikkeling, is ons zelf die staat van vrede rust en welbehagen, dat licht van bewustzijn. Het is een zeer verheven gevoel van ons eigen zijn. Maar wanneer bewustzijn ophoudt zich om te keren en naar binnen te kijken en te reflecteren op het vredige centrum, dan verdwijnt het gevoel van zelf helemaal. Dan zijn we de identiteit helemaal ontstegen.
In zeker zin gaat het hele proces van bewustwording naar een steeds waarachtiger identiteit. Het begint met ons ontwaken uit het ego tot goddelijk zijn – dat is een identiteitsverschuiving. En daarna wordt onze beleving van goddelijk zijn meer één, eenvoudiger en kalmer en verandert ons gevoel wie we zijn en wat we zijn, naarmate de essentie in ons van goddelijk zijn steeds helderder wordt. Uiteindelijk bereiken we een punt waarop we bereid zijn zelfs dat prachtige gevoel van zelf los te laten. Het is als van een klif afstappen , omdat het zo’n radicaal vertrek is wanneer zelf plotseling verdwijnt. Vanaf het moment waarop bewustzijn zich niet meer naar binnen keerst , is er geen persoonlijk gevoel van zelf of persoonlijke relatie met God meer.
Het is belangrijk om te begrijpen dat ik dit niet bedoel in filosofische, psychologische of theologische zin. Wat ik beschrijf is empirische kennis; er is niets abstracts aan. Het is niet iets waarin je gelooft of niet gelooft; maar iets wat je ervaren hebt of niet.
Omdat het wegvallen van het zelf als de uiteindelijke dood wordt ervaren, wordt het echt als een enorm verlies gevoeld. Het verlies van zelf lijkt niet op het overstijgen van het ego. Het ego is pijnlijk en verward en het is een opluchting om het achter je te laten, maar tegen de tijd dat zelf begint weg te vallen is er een stralend gevoel van jezelf. Wat je verliest is dus eigenlijk het mooiste dat je ooit ervaren hebt, het mooiste dat je ooit gekend hebt.
Je moet sterven voordat je sterft, opdat je kunt herrijzen als het stralende goddelijke zijn.
De kruisiging van Jezus belichaamt de dood van zelf en zelf is niet gemakkelijk te definiëren. Wanneer het ego overstegen is (hoewel zelf vernietigd) op het moment van verlichting en je door ontelbare beproevingen bent gegaan om elke nog aanwezige weerstand van het ego weg te branden, kom je uiteindelijk tot de onveranderlijke vrede van de getransfigureerde staat. In deze staat zijn zelf en God niet van elkaar te onderscheiden en is er een voortdurende aanwezige ervaring van harmonie en een-zijn met alle wezens.
De dood van zelf die Jezus zo sprekend belichaamt in de kruisiging is het wegvallen van de transfigureerde staat van eenheid met God. (universum) Wanneer zelf wegvalt, verdwijnt elke persoonlijke relatie met God ook, omdat alle relaties alleen binnen de context van zelf plaatsvinden.
Wat er eigenlijk wegvalt is je innerlijke leven. Voor de meeste mensen is het ondenkbaar om geen innerlijk leven te hebben en toch is het slechts de afwezigheid van bewustzijn dat nadenkt over de voortudrende verhalende activiteit van het denken. Wat er overblijft is een onderbroken stroom van eenheid, niet ervaren door een zelf, maar juist door die eenheid.
Zoals de veertiende-eeuwse Duitse mysticus Meester Eckhart zei: “Het oog waarmee ik God zie is hetzelfde oog als waarmee God mij ziet; mijn oog en Gods oog zijn één oog, één zien, één weten, één liefde”.
Verlichting bereiken hoeft dus maar 3 maanden te duren. Daarna was alleen mijn overtuiging: “ik ben pas echt bevrijd als er geen zelf meer is” wat in de weg stond. Tevens omdat ik het ego in de verhalen van verlichten spiegelde op dit zelf.
Dit in combinatie met de overtuiging: “zo makkelijk kan het niet zijn” Is dus alles wat mij in de weg stond. Na verlichting is het gewoon leren JA te zeggen tegen alles. Dan is er de harmonie die we zo zoeken. Daar is het zelf helemaal geen belemmering in. In tegendeel, het is juist de bron van periodes van extase en andere ervaringen. Maar ook dat is niet waar. Dat is het alleen als je het geheel bent waar het zelf onderdeel van is. De bron is dan de harmonie van het zelf en het geheel als een geheel. Dus de bron is het geheel, maar ervaart het door de aanwezigheid van zelf.
(maakt niet uit hoe je het omschrijft, het zal nooit echt kloppen)
Mijn denken maakt het geen-zelf tot doel om vrijheid te bereiken, harmonie te bereiken. Maar het enige wat in de weg stond was de overtuiging dat een staat van geen-zelf nodig is om vrijheid te bereiken, om harmonie te bereiken. Daarom is er geen doel, en is verlichting er alleen NU en niet in de toekomst. Verlichting is er ongeacht onze innerlijke ervaringen. Je zegt alleen JA tegen al die ervaringen en ook tegen het wegvallen van die ervaringen , hoe mooi ze ook kunnen zijn. Zoals ik al schreef, ik kijk ernaar uit. Wat er ook komt.
